Springbank Distillery

Springbank Distillery

Eigenaar: J. & A. Mitchell & Co Ltd.

Vergunninghouder: J. & A. Mitchell & Co Ltd.

Productiestatus: Produceert 5 maanden per jaar. De maximumcapaciteit is 700.000 liter per jaar.

Locatie: Campbeltown.

De distilleerderij is gevestigd in het centrum van de plaats Campbeltown, tussen Millknowe Road en Glebe Street. Campbeltown dankt zijn naam aan de bekende Schotse Clan Campbell en ligt in het zuidelijke gedeelte van het schiereiland Kintyre.

De naam: Het is niet precies bekend waar de naam Springbank vandaan komt of wat die betekent. De meest waarschijnlijke betekenis zou ‘oever van de bron’ zijn.

Geschiedenis: Het was Archibald Mitchell, de overgrootvader van de huidige eigenaar, die in 1828 een vergunning aanvroeg om te mogen distilleren. Archibald was een boerenzoon en trouwde met zijn nichtje. Van zijn schoonvader en oom leerde hij de kunst van het mouten en distilleren. Met de kennis die hij had opgedaan, ging hij naar Campbeltown om daar in 1828 de Springbank-distilleerderij op te richten. Toch liet Archibald het distilleren over aan twee zoons, John en William, die de firma J. & W. Mitchell oprichtten. John en William waren van origine ook boeren en naast de distilleerderij hielden ze de boerderij aan. Het waren twee mannen met een sterke eigen wil en blijkbaar botste dat, want William verbrak het bondgenootschap en ging bij een andere broer werken, die toen de Rieclachan-distilleerderij bezat. John nam zijn eigen zoon Alexander als partner en veranderde de firmanaam in J. & A. Mitchell & Co Ltd, zoals het bedrijf nu nog steeds heet.

Er werden in de negentiende eeuw nog veel meer distilleerderijen in Campbeltown gebouwd. De malts uit Campbeltown waren zwaar turfhoudend van karakter, net als die van het eiland Islay vandaag de dag nog zijn, maar deze whisky’s werden in die tijd minder populair. Men ging, met name bij Springbank, gedeeltelijk over op kolen om de groenmout te drogen. Hierdoor werd de malt minder geprononceerd. De kolen kwamen van een dichtbij liggende mijn.

Het ging goed in de distilleersector, en er bestonden zelfs zogenaamde ‘distilling dynasties’, families die verschillende distilleerderijen bezaten. Hiertoe behoorden ook de Mitchells. Deze familie bezat de Rieclachan-, de Toberanrigh-, de Drumore- en de Glengyle-distilleerderijen. Andere families waren de Colvilles, de McTaggarts en de Fergusons. In 1891 telde Campbeltown 1969 zielen en meer dan 33 distilleerderijen en daarmee werd de stad gezien als de rijkste van Groot‑Brittannië.

Aan deze rijkdom kwam in de jaren ’20 van de vorige eeuw abrupt een einde. De ene na de andere distilleerderij werd gesloten. Ook Springbank moest voor lange tijd dicht.

Springbank was tot voor kort met Glen Scotia de enige distilleerderij in het centrum van de stad die vroeger als de whiskyhoofdstad van Schotland beschouwd werd. Sinds 2004 telt Campbeltown een derde distilleerderij, want in dat jaar heropenden de eigenaars van Springbank de Glengyle-distilleerderij.

De distilleerderij: Het interieur van de Springbank-distilleerderij is sinds de oprichting weinig veranderd. Er wordt hier nog voor 100% zelf gemout op moutvloeren. De groenmout wordt gedroogd in de eigen kiln, waarbij gebruik wordt gemaakt van turf en hete lucht. De hete lucht is afkomstig van een oliekachel. Er staat een ijzeren, open mash tun. Verder zijn er vijf kleine wash backs, gemaakt van larikshout. Hierin vindt een uitzonderlijk langzame gisting van zeventig uur plaats. Er staan drie stills: één wash still, die verwarmd kan worden met stoom of door dieseloliebranders onder de still, en twee spirit stills, verwarmd met stoom. Een van de spirit stills wordt ook wel ‘low wine still’ genoemd. Dat is de middelste still, en waarom dit is zal later blijken.

Er worden hier nog alle denkbare vaten gebruikt.

Een andere bijzonderheid is dat men ook nog de gehele productie zelf bottelt. Er worden bij Springbank drie verschillende malts gemaakt. Als eerste de malt met de naam Springbank. De mout die voor deze malt wordt gebruikt, is licht geturfd. De groenmout wordt zes uur gedroogd met turf en daarna nog vierentwintig uur met hete lucht. Deze malt wordt tweeënhalve keer gedistilleerd. De wash wordt zoals gewoonlijk voor de eerste keer gedistilleerd in de wash still. Na deze eerste distillatie heet het product ‘low wine’. Een deel van de low wine wordt voor de tweede keer gedistilleerd in de low wine still, de middelste still. Net als bij de eerste distillatie worden de voor‑ en naloop niet gescheiden van de middenloop. Het eindproduct noemt men ‘feints’. De feints wordt nogmaals gedistilleerd in de spirit still, samen met het andere deel van de low wine uit de wash still. In de spirit still worden, zoals gebruikelijk, de kop en de staart gescheiden van de middenloop. De new spirit met de naam Springbank wordt gelagerd in allerlei vaten zoals rum-, port-, madeira-, sherry-, bourbonvaten en refills.

Een andere malt draagt de naam Longrow. Genoemd naar een distilleerderij die vlak naast Springbank stond en die gesloten werd in 1896. Er is nog maar één warehouse over van deze distilleerderij, en dat biedt nu onderdak aan de bottellijn van Springbank. Voor het drogen van de groenmout wordt bij Longrow 100% turf gebruikt. De droogtijd is hier zesenvijftig uur. De Longrow-malt wordt net als de meeste malt in Schotland twee keer gedistilleerd. Longrow werd voor de eerste keer gemaakt in de jaren 1973 en ’74. In 1987 werd de productie weer hervat. Deze nieuwe productie wordt na 10 jaar rijpen gebotteld. Men bottelt dan elk jaar een 10 jaar oude malt, en er is nog een 14 jaar oude Longrow op de markt verschenen. Deze malt rijpt alleen op nieuwe en gebruikte bourbon‑ en sherryvaten.

Sinds 1996 wordt er door Springbank ook een derde malt geproduceerd; deze zal na 9 jaar rijpen op de markt komen onder de naam Hazelburn. Ook dit is een naam van een distilleerderij die tot 1925 in productie was en waarvan nog enkele gebouwen overeind staan. Hazelburn was gevestigd aan Millknowe Road, in het noordelijke deel van Campbeltown. De groenmout voor deze maltwhisky wordt gedroogd met alleen hete lucht, zo’n zevenentwintig uur, en wordt drie keer gedistilleerd. De new spirit wordt gerijpt op bourbonvaten.

De namen Longrow en Hazelburn zijn eigendom van J. & A. Mitchell & Co, en daarom is deze firma de enige die whisky op de markt mag brengen met deze namen, zonder dat de eigenlijke distilleerderijen nog bestaan.

Water: Het water dat gebruikt wordt voor het mouten, brouwen en koelen van de condensors en voor de botteling komt van Crosshill Loch. Dit is een kunstmatig meer, dat werd aangelegd in opdracht van de Duke of Argyll om de distilleerderijen van heel Campbeltown van water te voorzien. Het Crosshill Loch is vernoemd naar een nabijgelegen boerderij en bevindt zich aan de voet van de berg Ben Ghullion. Het meer wordt gevoed door regen en smeltwater dat van de heuvels in de omtrek stroomt.

De malt: De productie van maltwhisky van Springbank wordt voor 70% gebotteld als single malt. De resterende 30% wordt verwerkt in de blends Campbeltown Loch en 12 jaar oude Mitchell.

De malt die gemaakt wordt onder de naam Springbank is een van de weinige malts die na vele jaren rijping nog hun eigen karakter behouden. Hoe ouder, hoe beter, zegt men op de distilleerderij. De maltwhisky wordt afgevuld met het ouderwetse alcoholpercentage van 46, met talloze leeftijden en jaargangen op het etiket. De oudste malt die de distilleerderij de laatste jaren bottelde was 50 jaar.

De geturfde Longrow-malt is 10 en 14 jaar oud. De Hazelburn komt eind 2005 op de markt. Alle malts die geproduceerd worden bij de Springbank-distilleerderij zijn non chill filtered (niet koud gefilterd), wat ook steeds meer terugkomt bij andere distilleerderijen.

Bezoek: De Springbank-distilleerderij is alleen op afspraak te bezoeken, van april t/m oktober. Kosten: £3,00.

Adres: Campbeltown, Argyll PA28 6ET. Tel: 01586‑552085. Fax: 01586‑553215.

website: www.springbankdistillers.com

Gebruikte Bron: Schotse Malt Whisky (alle distilleerderijen van Schotland) - Robin Brilleman

Wijzigingen en fouten voorbehouden