Talisker Distillery

Eigenaar: United Distillers & Vintners (Diageo).

Vergunninghouder: Talisker Distillery Co Ltd.

Productiestatus: Produceert 1,5 miljoen liter per jaar.

Locatie: Highlands, Westkust eiland Skye.

Talisker is de enige distilleerderij op het grootste Britse eiland Skye. Het eiland is sinds enige jaren door een brug bij Kyle of Lochalsh verbonden met het vasteland van Schotland. Wie het eiland liever met de pont wil aandoen, kan dit doen vanuit Mallaig, ten zuiden van Skye. De distilleerderij ligt op de zuidelijke oever van de zeearm Loch Harport, ter hoogte van het plaatsje Carbost, en ten noorden van de Cuillins. De Cuillins is een groep steile bergen die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op veel wandelaars, maar zeer verraderlijk kunnen zijn.

De naam: De naam Talisker komt uit het Noors, ‘Thalas Geir’, en betekent ‘overgestroomde rots’. De naam is afkomstig van het Talisker House en de daar vlakbij liggende Talisker Farm, een paar kilometer westelijk van de distilleerderij. Op deze plek kan men de rivier en de beekjes van de rotsen af zien stromen. Bij harde wind wordt dit water naar boven geblazen, zodat het voorkomt dat het rivierwater niet eens in de zee terechtkomt. De naam zal ongetwijfeld iets met dit verschijnsel te maken hebben. De distilleerderij was vroeger ook bekend onder de naam Carbost, naar het er vlakbij liggende plaatsje.

Geschiedenis: Het waren de gebroeders MacAskill die in 1830 de distilleerderij bouwden. Hugh en Kenneth kwamen van het veel kleinere eiland Eigg, zuidelijk van Skye. In 1827 pachtte Hugh Talisker Farm en wat land eromheen van Macleod of Macleod, om er schapen te gaan houden. Een nazaat van deze Macleod of Macleod woont nog steeds op het eiland, op Dunvegan Castle, en bezit nog altijd een groot deel van het eiland.

Drie jaar later, in 1830, pachtte Hugh samen met zijn broer Kenneth 8,5 hectare land op de oever van Loch Harport om er een distilleerderij te bouwen. Kenneth MacAskill, die de distilleerderij jarenlang leidde, overleed in Carbost in 1863. Zijn broer, die inmiddels verhuisd was naar het eiland Mull en op Calgary Castle woonde, overleed negen jaar later. De distilleerderij kwam heel even in handen van een schoonzoon van een van de broers, Donald MacLennan, maar ging daarna over naar J.R.W. Anderson. Deze Anderson werd in 1876 veroordeeld voor oplichting. Hij streek veel geld op met de verkoop van whisky, maar leverde die vervolgens niet. Tijdens een zes maanden durend verblijf in de gevangenis werd hij failliet verklaard, waarna de distilleerderij en de vergunning werden verkocht. De nieuwe eigenaars waren Roderick Kemp, wijn‑ en drankenhandelaar uit Aberdeen, en Alexander Grigor Allan, mede-eigenaar van Glenlossie. Dit partnerschap werd in 1892 verbroken. Allan kocht Kemp (die daarna Macallan kocht) uit en bracht de vergunning drie jaar later onder in de Talisker Distillery Co Ltd. Toen dit bedrijf in 1898 samenging met de Dailuaine-distilleerderij, ontstond de firma Dailuaine‑Talisker Distilleries Ltd. Thomas Mackenzie werd manager en grootaandeelhouder van dit nieuwe bedrijf.

In 1900 werd er een pier aangelegd, met een goederentrammetje van de distilleerderij naar de pier, en werden er huizen gebouwd voor de medewerkers en de accijnsambtenaar. Zestien jaar later, na de dood van Mackenzie, werden de meeste aandelen aangekocht door een groep van blenders, namelijk John Dewar & Sons Ltd, W.P. Lowrie & Co Ltd (een onderdeel van James Buchanan & Co Ltd) en John Walker & Sons Ltd. Al deze bedrijven gingen in 1925 samen in de Distillers Company Ltd (D.C.L.).

Volgens de archieven zou Talisker in 1928 zijn overgeschakeld van een drievoudige distillatie naar een tweevoudige distillatie. De voor‑ en de naloop zouden voorheen in een aparte spirit still nogmaals apart zijn gedistilleerd.

Zoals de meeste distilleerderijen in Schotland ging ook Talisker tijdens de Tweede Wereldoorlog dicht vanwege het tekort aan gerst. De tweede keer dat de distilleerderij met de productie moest stoppen, was door een brand. Op 22 november 1960 ging het hele stillhouse in vlammen op. Twee jaar later was de schade hersteld en stonden er in het nieuwe stillhouse exacte kopieën van de oude stills. De stills werden toen nog wel met kolen verwarmd, maar de aanvoer van de kolen verliep automatisch in plaats van met de hand. In 1972 werden de stills omgebouwd en voortaan met stoom verhit. De moutvloeren verdwenen in datzelfde jaar.

Omdat Skye jaarlijks een groot aantal toeristen trekt, werd er in 1988 een bezoekerscentrum gebouwd, om van daaruit rondleidingen door de distilleerderij te verzorgen. In 1997 werd de distilleerderij voor een halfjaar gesloten en geheel verbouwd. De stills werden vernieuwd en het productieproces werd gecomputeriseerd. Sinds deze laatste verbouwing wordt het grootste deel van de productie afgevoerd per tankauto en op het Schotse vasteland gerijpt.

De distilleerderij: In het stillhouse van Talisker staan twee wash stills en drie spirit stills. Alle stills worden sinds 1972 met stoom verhit. De dampen worden gecondenseerd in worm tubs. In de lyne pipes van de wash stills zit een bocht naar beneden en vervolgens weer een bocht naar boven voordat hij de worm tub in gaat. Doel van deze vormgeving zou zijn om in het lager gelegen deel van de lyne pipe de zwaardere alcoholen te laten condenseren, waarna ze via een koperen pijp weer terugvallen in de still. De zes wash backs zijn gemaakt van larikshout. Voor de rijping van de malt worden zowel nieuwe als refill-sherry‑ en bourbonvaten gebruikt en incidenteel wijnvaten. De mout is afkomstig van het vasteland, van de Glen Ord-mouterij, en heeft een phenolgehalte van 25 ppm.

Water: Het water dat gebruikt wordt voor de productie is afkomstig van een beek (burn) die ontspringt op de helling van de Cnoc nan Speireag (Gaelic voor Haviksheuvel). Dit water is zeer turfhoudend en heeft grote invloed op de smaak van de whisky. Het koelwater wordt uit de langs de distilleerderij stromende Carbost Burn gepompt.

De malt: Er wordt relatief veel van de productie als single malt gebotteld omdat Talisker een van de zes ‘classic malts’ van U.D.V. is. Er worden een Distillers Edition, een 10 en een 18 jaar oude malt gebotteld, alle met een alcoholpercentage van 45,8. De Distillers Edition krijgt een tweede rijping op Amoroso sherry-vaten. Sinds kort is er ook een 25 jaar oude malt op de markt, uit 1979 met een alcoholpercentage van 57,8, en een 20 jaar oude van 50%. Talisker-malt wordt verder veel gebruikt in de Johnnie Walker’s Black en Blue Label.

Bezoek: Talisker bezit een bezoekerscentrum van waaruit het hele jaar door rondleidingen worden verzorgd. Kosten: £4,00.

Adres: Carbost, Skye IV47 8SR. Tel: 01478‑640314. Fax: 01478‑640401.

website: www.classicmalts.nl

Gebruikte Bron: Schotse Malt Whisky (alle distilleerderijen van Schotland) - Robin Brilleman

Wijzigingen en fouten voorbehouden

Talisker Distillery

Like what you see?

Hit the buttons below to follow us, you won't regret it...

Age Verification

YES

ik ben WEL oud genoeg om alcoholhoudende drank te mogen drinken.

NO

ik ben NIET oud genoeg om alcoholhoudende drank te mogen drinken.

____________________