Lagavulin Distillery

Eigenaar: United Distillers & Vintners (Diageo).

Vergunninghouder: United Malt and Grain Distillers (voorheen White Horse Distillers).

Productiestatus: Produceert 2,3 miljoen liter per jaar.

Locatie: Islay.

De distilleerderij staat aan de zuidkust van het eiland aan de Lagavulin Bay. De distilleerderij is te bereiken vanaf Port Ellen via de A846 naar het oosten. Tegenover de distilleerderij, bijna in het water, staat de ruïne van Dunyvaig Castle. Dunyvaig Castle betekent ‘fort van de kleine schepen’. Het kasteel werd in vroeger tijden bewoond door ‘The Lords of the Isles’. Ook heeft Robert the Bruce, die later koning van Schotland werd, er een tijdje gewoond na zijn ontsnapping van Iona, het eilandje waarheen hij door de Engelse koning was verbannen.

De naam: De naam Lagavulin komt uit het Gaelic en is een verbastering van ‘Laggan Mhouillin’ (de letters mh achter elkaar worden in deze taal uitgesproken als een W). In het Engels wordt dit vertaald als ‘ranged alongside a mill in a little hollow in the ground’, wat in het Nederlands ‘liggend bij een molen in een ondiep dal’ zou betekenen. Vroeger werd de naam ook wel gespeld als Lagvulin of Lagvullin.

Geschiedenis: Het eiland Islay was voordat in 1823 het vergunningenstelsel werd ingevoerd een paradijs voor illegale stokers en smokkelaars. Rond de plek waar de Lagavulin-distilleerderij nu staat, bevond zich een tiental stills. Twee van deze distilleerderijen gingen in het jaar 1837 samen, waardoor hoogstwaarschijnlijk Lagavulin is ontstaan. De een was begonnen in 1816, de andere in 1817. Op het etiket wordt dan ook 1816 als stichtingsjaar aangehouden.

In 1837 werd de distilleerderij gerund door Donald Johnston, een nazaat van John Johnston, die een van de twee distilleerderijen in 1816 had gebouwd. Captain John C. Graham nam in 1851 de distilleerderij van zijn moeder over. John stierf in 1860, waarna zijn broer Walter zeven jaar de zaak bestierde. James L. Mackie, ooit partner van beide broers, kreeg het tussen 1867 en 1889 voor het zeggen.

In 1878 kwam zijn drieëntwintig jaar oude zoon in de distilleerderij om het vak te leren. Zijn naam was Peter Mackie, later Sir Peter Mackie, ook wel ‘Restless Peter’ genoemd. Peter leerde niet alleen snel het vak van distillateur, maar hij wist als geen ander in die tijd het product te verkopen. Hij nam de zaak van zijn vader over en veranderde de naam van James L. Mackie & Co in Mackie & Co Distillers Ltd. Hij was de uitvinder van de nog steeds beroemde White Horse-blended whisky die tijdens de whisky‑boom een van de best verkochte blends was. De naam White Horse kwam van een café in Edinburgh, waarvan zijn familie de eigenaar was. Peter Mackie was tot 1907 verkoopagent van het grootste deel van de productie van buurman Laphroaig. Zijn agentschap werd na juridische stappen door de toenmalige eigenaars van Laphroaig ontbonden, en een jaar later besloot Peter een eigen ‘Laphroaig’-distilleerderij te bouwen binnen de muren van Lagavulin. Er werden twee stills gebouwd die een kopie waren van die van de buurman. De brouwer van Laphroaig werd uitgekocht om in Peters distilleerderij te komen werken. Lagavulin had toen nog een eigen mouterij, waarin nu ook mout werd geproduceerd die gedroogd werd met alleen turf, ten behoeve van de productie van de ‘nieuwe’ distilleerderij, die de naam Malt Mill kreeg. Voor het brouwen werd dezelfde mash tun gebruikt, maar de vergisting geschiedde in aparte wash backs. De whisky was natuurlijk anders dan die van Laphroaig, maar ‘Restless Peter’ wist hem toch uitstekend te verkopen. De Malt Mill-distilleerderij werd gesloten in 1960 en ontmanteld in 1962.

Peter kocht in 1916 de Craigellachie-distilleerderij, gelegen in de gelijknamige plaats in de Speyside, en in 1920 de Hazelburn-distilleerderij in Campbeltown. Na de dood van Peter, in 1924, werd de firmanaam veranderd in White Horse Distillers Ltd en drie jaar later werd de zaak overgenomen door D.C.L., dat in 1930 S.M.D. werd en nu U.D.V is.

Tussen 1924 en 1953 werd de distilleerderij bevoorraad door een stoombootje dat de naam SS Pibroch (Gaelic voor doedelzak) droeg. Met dit bootje werden gerst, kolen en lege vaten aangeleverd en volle vaten naar Glasgow gevaren. De bemanning had tijdens de reis tijd genoeg om de hoepels van de vaten een klein stukje te verschuiven en een gat te boren op de plek waar de hoepel oorspronkelijk zat. De whisky die door dit gat uit het vat liep, werd opgevangen in flessen. Vervolgens werd er een stokje, meestal een lucifer, in het gat gestoken en werd de hoepel weer op zijn plaats geschoven. Zo kon het gebeuren dat de heren al voor aankomst flink boven hun theewater waren.

In 1974 werden de moutvloeren van Lagavulin gesloten en werd er mout uit Port Ellen betrokken.

Begin 1997 werd de productie een aantal maanden stilgelegd om een nieuwe roerinstallatie in de mash tun te installeren en de productiecapaciteit op te voeren van 850.000 liter per jaar naar 1 miljoen liter per jaar. Sinds 2000 wordt het productieproces met een computer gestuurd en produceert men zeven dagen in de week, vierentwintig uur per dag.

De distilleerderij: De vier met stoom verwarmde stills, twee wash stills en twee spirit stills, die zich in het stillhouse van de Lagavulin-distilleerderij bevinden, hebben een opvallend, peervormig uiterlijk. De buik loopt vrij geleidelijk over in de nek, net als bij een grote handpeer. In de gistruimte staan tien wash backs, die alle gemaakt zijn van larikshout. De new spirit rijpte tot enkele jaren geleden op refill‑sherry‑ en nieuwe sherryvaten. Door de schaarste aan sherryvaten gebruikt men nu alleen nog bourbonvaten. Om de vaten op te slaan worden niet alleen de eigen warehouses gebruikt, maar ook de oude warehouses van de in 1983 gesloten Port Ellen-distilleerderij, gevestigd in de gelijknamige plaats.

Water: Het water dat men op de Lagavulin-distilleerderij gebruikt voor de bereiding van de malt komt van Loch Sholum, een meertje in de heuvels ten noorden van de distilleerderij dat wordt gevoed met regenwater uit de hoger gelegen heuvels. Het regenwater stroomt over heide en turfgronden en wordt vanuit het meertje via een pijpleiding naar de distilleerderij geleid. Het koelwater komt ook van Loch Sholum; dat loopt echter niet via een pijpleiding maar stroomt gewoon vanzelf naar de distilleerderij.

De malt: De tekst op het etiket van de 16 jaar oude Lagavulin omschrijft heel goed de smaak van wat er in de fles zit: ‘Takes out the fire but leaves in the warmth.’

Een Islay-malt is zeer goed te drinken bij Lapsang Souchon-thee doordat deze thee ook gerookt is. De Distillers Edition krijgt een narijping op Pedro Ximenez-sherryvaten. Sinds kort is er een 12 jaar oude cask strength en een 25 jaar oude malt op de markt.

Het is niet precies te zeggen hoeveel procent van de productie er gebotteld wordt als single malt. De huidige voorraden zijn niet toereikend voor de vraag, zodat er elk jaar een tekort ontstaat. Dit zal zo blijven totdat de ingezette productieverhoging 16 jaar oud is.

Wat niet als single malt wordt gebotteld verdwijnt sinds jaar en dag in de White Horse-blended whisky.

Bezoek: Lagavulin ontvangt bezoekers. Kosten: £4,00.

Adres: Port Ellen, Islay, Argyll PA42 7DZ. Tel: 01496‑302400. Fax: 01496‑302321.

website: www.classicmalts.nl 

Gebruikte Bron: Schotse Malt Whisky (alle distilleerderijen van Schotland) - Robin Brilleman

 

Wijzigingen en fouten voorbehouden

Geen afbeelding ingesteld

Like what you see?

Hit the buttons below to follow us, you won't regret it...

Age Verification

YES

ik ben WEL oud genoeg om alcoholhoudende drank te mogen drinken.

NO

ik ben NIET oud genoeg om alcoholhoudende drank te mogen drinken.

____________________