Glen Elgin Distillery

Geen afbeelding ingesteld

Eigenaar: United Distillers & Vintners Ltd (Diageo).

Vergunninghouder: White Horse Distillers Ltd.

Productiestatus: Produceert 2 miljoen liter per jaar.

Locatie: Highlands, Speyside.

De distilleerderij staat aan het eind van een zijweg van de A941. Deze weg ligt tussen de plaatsen Rothes en Elgin. De distilleerderij lag vroeger aan een spoorlijn die tussen de beide plaatsen liep. Ten oosten van Glen Elgin bevindt zich het Millbuies Loch en stroomt een klein riviertje met de naam Glen Burn.

De naam: Glen is Gaelic voor dal of vallei, en Elgin is de naam van de ten noorden gelegen plaats. De naam betekent dus ‘de vallei van Elgin’.

Geschiedenis: Met de bouw van de distilleerderij werd begonnen in 1898, aan het einde van de whisky-boom. Nog geen twee maanden na het begin van de bouw stortte de whiskymarkt in. De twee eigenaars, William Simpson uit Rothes (vroeger manager van Glenfarclas) en James Carle, besloten ondanks de crisis toch door te gaan met de bouw, maar op een kleinere schaal. Er was ruimte voor zes wash backs, maar het werden er vier. Uit de archieven blijkt dat de bouwvakkers zelfs niet hun volledige loon uitbetaald kregen. Toen de distilleerderij op 1 mei 1900 in productie ging, bleek dit niet voor lange duur te zijn. William en James waren genoodzaakt om in november van hetzelfde jaar de productie stil te leggen en de distilleerderij te koop te zetten.

Voor de architect Charles Doig, in die tijd ontwerper van meerdere distilleerderijen, zou dit de laatste zijn die hij ontwierp. In heel Schotland lag de bouw van nieuwe distilleerderijen voor lange tijd stil. Pas na zo’n vijftig jaar zou er voor het eerst weer een nieuw gebouwde distilleerderij in productie gaan, namelijk Tullibardine.

In februari 1902 werd de distilleerderij verkocht; aan wie is niet bekend, maar wel dat de nieuwe koper er een bedrag voor betaalde dat minder dan een vierde van de bouwkosten bedroeg. De distilleerderij ging verder onder de naam Glen Elgin Glenlivet Distillery & Co Ltd en William Simpson bleef aan als manager. Deze firma was genoodzaakt om waterbronnen bij Whitewreath, een even ten noorden gelegen landgoed, te pachten om aan het benodigde water te komen. De distilleerderij zou slechts één jaar in productie zijn geweest.

In 1906 werd Glen Elgin verkocht aan een blender uit Glasgow, J.J. Blanche. Blanche stierf in 1929 en zeven jaar later kwam de distilleerderij in handen van Scottish Malt Distillers Ltd, nu onderdeel van de huidige eigenaar. Tussen 1941 en ’45 werden de deuren weer gesloten door het gersttekort tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na alle tegenslagen in de geschiedenis van Glen Elgin werd in de jaren ’50 van de vorige eeuw ook nog eens de spoorlijn die er vlak langs liep opgeheven, waardoor transport een stuk lastiger werd. Een lichtpuntje was wel dat de distilleerderij in dezelfde jaren werd aangesloten op het elektriciteitsnet. Vóór die tijd werd de stroomvoorziening nog geregeld door middel van een met water aangedreven turbine. In 1964 kwam de grote opleving. De distilleerderij werd geheel verbouwd en het aantal stills werd verdriedubbeld. Ondanks deze grote ingreep werden de stills pas in 1970 voorzien van stoomverwarming in plaats van kolenverwarming. Sinds deze verbouwing is er weinig veranderd en gebeurd met Glen Elgin, afgezien van het feit dat de distilleerderij wegens overproductie een tijd stil werd gelegd. Dit duurde slechts drie jaar; in 1995 werd de productie hervat met nieuwe stills.

De distilleerderij: In het stillhouse van de Glen Elgin-distilleerderij staan drie wash stills en drie spirit stills, die sinds 1970 alle met stoom worden verhit. De dampen worden gecondenseerd in buiten opgestelde worm tubs. De vergisting geschiedt in zes larikshouten wash backs. Voor de rijping van de new spirit gebruikt men hier een mix van bourbon‑ en sherryvaten, nieuwe en eerder gebruikte.

Water: Het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van de malt is afkomstig van bronnen bij het nabijgelegen Millbuies Loch. Het water komt via een pijpleiding naar de distilleerderij. Het water dat de worm tubs koelt, is afkomstig uit een kunstmatig meer en circuleert.

De malt: De single malt van Glen Elgin wordt hoofdzakelijk gebruikt in de White Horse-blend. Slechts een kleine hoeveelheid wordt gereserveerd voor de botteling van single malt, die hoofdzakelijk door onafhankelijke bottelaars in de fles wordt gedaan. Er zijn twee distilleerderijbottelingen, namelijk één uit 1971 en een 12 jaar oude, beide verkocht onder de noemer Hidden Malt.

Bezoek: De distilleerderij ontvangt geen bezoekers.

Adres: Longmorn, Elgin IV30 3SL. Tel: 01343‑860100. Fax: 01343‑ 862077.

Gebruikte Bron: Schotse Malt Whisky (alle distilleerderijen van Schotland) - Robin Brilleman

Wijzigingen en fouten voorbehouden